Een Boek vol Regels?

Een boek vol regels?

De Bijbel kan behoorlijk overkomen als een boek vol regels. Vooral in het Oude Testament wisten ze er wel raad mee. Er waren regels over eten en werken, over ziekte en reinheid, over bezit en oogsten, over offers en feesten. Er waren voorschriften voor wat je wel en niet mocht aanraken, hoe je met elkaar omging en zelfs voor waar je je behoefte deed.

Sommige van die regels klinken ons heel logisch in de oren. Andere zijn zo specifiek dat we ons misschien afvragen waarom dat in de Bijbel moest staan. En weer andere begrijpen we nauwelijks meer, omdat ze hoorden bij een wereld die heel anders was dan de onze.

Wie een tijdje door Exodus, Leviticus of Deuteronomium leest, zou dan ook zomaar de indruk kunnen krijgen dat geloven in die tijd vooral betekende dat je heel goed moest weten wat wel en niet mocht.

Maar wanneer je niet alleen kijkt naar wat er werd voorgeschreven, maar ook naar wat die regels deden, ontstaat er een ander beeld.


Zelfs voor naar de wc gaan was er een regel

In Deuteronomium staat een voorschrift waarvan je misschien niet direct verwacht dat het in de Bijbel terecht zou komen. Wanneer de Israëlieten buiten het kamp hun behoefte deden, moesten ze een tentpin meenemen, een gat graven en hun uitwerpselen daarna bedekken.

“Verder moet er buiten het kamp een gelegenheid zijn waar u uw behoefte kunt doen. U moet een tentpin bij uw uitrusting steken, die u kunt gebruiken om een gat te maken waar u boven hurkt, en om uw uitwerpselen te bedekken.” Deuteronomium 23:13-14 (NBV21)


Dat klinkt weinig geestelijk. Toch was het een heel praktisch voorschrift voor een grote groep mensen die dicht bij elkaar leefde.

Wij weten inmiddels behoorlijk veel over bacteriën, parasieten, besmettingsroutes en de verspreiding van ziekten. We weten waarom riolering, schoon drinkwater en goede sanitaire voorzieningen zo belangrijk zijn. De Israëlieten hadden die kennis niet.

God zei niet tegen Israël:

Eerst zal Ik jullie uitleggen hoe micro-organismen werken, hoe besmetting via uitwerpselen kan plaatsvinden en waarom bepaalde ziekteverwekkers zich in een dichtbevolkt kamp snel kunnen verspreiden. Daarna mogen jullie zelf bepalen wat verstandig is.

Ze hadden die kennis niet. God wel.

Dus kregen ze een concreet voorschrift waarmee ze konden leven, ook wanneer ze nog helemaal niet konden begrijpen waarom zo’n voorschrift goed voor hen was.


Eén dag niet

Dan is er de sabbat.

Zes dagen mocht er gewerkt worden. De zevende dag niet.

“Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is de sabbat, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen.” Exodus 20:9-10 (NBV21)


Wij kunnen tegenwoordig onderzoeken wat langdurige stress en onvoldoende herstel met een mens doen. We kennen woorden als overbelasting en burn-out. We weten dat een lichaam rust nodig heeft en dat niemand eindeloos door kan blijven gaan.

Israël had onze wetenschappelijke kennis daarover niet nodig voordat God rust in hun leven verankerde.

Eén dag niet.

En opvallend genoeg gold dat niet alleen voor degene die zelf kon beslissen om een dag vrij te nemen. Ook zonen en dochters, slaven en slavinnen, vreemdelingen en zelfs de dieren moesten rust krijgen.

Dat verandert het karakter van die regel behoorlijk.

De sabbat beschermde niet alleen mijn rust. Hij voorkwam ook dat ik mijn eigen rust nam terwijl ik iemand anders voor mij liet doorwerken.

Mijn behoefte om meer te produceren, meer te verdienen of meer gedaan te krijgen, kreeg een grens.


Niet alles is voor jou

Ook voor het binnenhalen van de oogst bestonden regels.

“Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen.” Leviticus 19:9-10 (NBV21)


Het was zijn land. Het was zijn oogst. Hij had ervoor gewerkt.

En toch mocht hij niet alles voor zichzelf houden.

Daarmee werd zorg voor mensen die weinig hadden niet alleen afhankelijk gemaakt van de vraag of iemand toevallig zin had om gul te zijn. Er moest simpelweg rekening met hen worden gehouden.

De wet stelde een grens aan wat iemand voor zichzelf mocht opeisen, zodat er ook voor een ander iets overbleef.


Wat zit er achter die regels?

Als je deze regels naast elkaar legt, begint er een patroon zichtbaar te worden. Ze gaan over heel verschillende dingen, maar steeds wordt er iets beschermd: het leven, de rust, de waardigheid of het welzijn van jezelf of van een ander. Wat op het eerste gezicht losse regels lijken, laat uiteindelijk steeds hetzelfde zien: liefde die praktisch wordt.

En wanneer je eenmaal zo naar die wetten begint te kijken, zie je het op veel meer plaatsen terug.

Waarom moest een handelaar eerlijke gewichten en maten gebruiken? (Leviticus 19:35-36)
Omdat liefde de ander niet bedriegt om er zelf beter van te worden.


Waarom mocht een Israëliet een vreemdeling niet uitbuiten?
(Exodus 22:20; Leviticus 19:33-34)
Omdat liefde ook de vreemdeling met respect en waardigheid behandelt.

Waarom moest je een gevonden rund of ezel terugbrengen,
zelfs wanneer die van iemand was met wie je niet goed overweg kon?
(Exodus 23:4)

Omdat liefde niet ineens ophoudt wanneer je de ander niet aardig vindt.

Waarom mocht je een arbeider niet laten wachten op zijn loon? (Deuteronomium 24:14-15)
Omdat liefde rekening houdt met iemand die afhankelijk is van wat jij hem verschuldigd bent.


Waarom waren er regels over de behandeling van dieren?
(Deuteronomium 22:6-7; 25:4)

Omdat liefde zorgvuldig omgaat met alles wat aan onze zorg is toevertrouwd.

Los van elkaar kunnen het regels lijken over totaal verschillende onderwerpen. Maar samen beginnen ze iets te laten zien.


Zorg. Bescherming. Rechtvaardigheid. Rust. Trouw. Eerlijkheid.

Het zijn verschillende gezichten die liefde in het dagelijks leven krijgt.

 

Heb je naaste lief als jezelf

En precies die liefde die we in al die verschillende regels terugzien, wijst Jezus Zelf aan als de basis van de hele Wet. Wanneer Hem wordt gevraagd wat het belangrijkste gebod is, antwoordt Hij:

‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’ Matteüs 22:37-40 (NBV21)


Daar ligt de sleutel.

Liefde voor God. Liefde voor de ander. En in dat als jezelf verdwijnt ook de eigen persoon niet uit beeld.

Dat laatste is belangrijk.

Liefde voor de ander betekent niet dat je jezelf moet uitputten, alles moet toestaan of je eigen welzijn er niet toe doet. Gods geboden beschermen ook degene die ze ontvangt. Jouw lichaam heeft rust nodig. Jouw leven heeft waarde. Jouw grenzen doen ertoe. Jij mag niet worden uitgebuit, bedrogen of onrechtvaardig behandeld, net zoals jij dat een ander niet mag aandoen.

Jezus zet liefde dus niet tegenover de wet. Hij zegt juist dat heel de Wet en de Profeten eraan hangen. Liefde blijft in Gods wetten niet hangen in een gevoel. Ze krijgt handen en voeten. 


En als we een regel niet begrijpen?

Wij hebben het achteraf gemakkelijk. Met de kennis van nu kunnen we bij sommige duizenden jaren oude voorschriften begrijpen waarom ze goed waren, terwijl de mensen die ze kregen die kennis helemaal niet hadden. Dat geeft ons misschien ook iets om over na te denken wanneer we in de Bijbel regels tegenkomen die wij níét begrijpen.

We willen graag weten waarom iets goed of verkeerd is. Wat is er mis mee? Wie heeft er last van? Waarom zou God hier een grens trekken? Dat zijn geen verkeerde vragen. We mogen nadenken, onderzoeken en vragen stellen.

Maar uiteindelijk zullen we niet altijd ieder antwoord vinden.

Begrijpen is niet een voorwaarde voor vertrouwen.


Dat was het voor Israël niet en dat hoeft het voor ons ook niet te zijn.

Vertrouwen op God betekent niet dat we stoppen met nadenken of geen vragen meer stellen. Het betekent dat we, ook wanneer we het antwoord niet vinden, durven vertrouwen op wat we inmiddels achter al die regels hebben leren kennen:

Zijn liefde.


Een boek vol regels?

Ja, de Bijbel bevat ontzettend veel regels. Zeker in het Oude Testament. Maar wanneer Jezus ons laat zien waarop heel de Wet rust, blijken die regels niet het fundament te zijn.

Liefde is het fundament.

Liefde voor God, liefde voor de ander en liefde voor jezelf.

Vanuit die liefde ontstaan zorg en bescherming. Rechtvaardigheid en rust. Trouw en eerlijkheid. Grenzen aan wat we een ander aandoen, maar ook bescherming tegen wat een ander ons aandoet.

En daarmee vertellen al die regels ons uiteindelijk niet alleen iets over hoe God wil dat mensen leven. Ze vertellen ons ook iets over de God die ze gaf.