Wat als God niet geneest?

Wat als God
niet geneest?

Wat als God niet geneest?

In het blog Bidden. Geloven. Ontvangen. kwamen we uit bij vertrouwen. We mogen alles aan God vragen, ook het onmogelijke. Maar uiteindelijk vertrouwen we niet op onze eigen oplossing. We vertrouwen op God: dat Hij beter weet wat goed voor ons is en dat Hij het beste met ons voorheeft.

Maar juist bij ziekte begint dat te schuren.

Want wat zeg je dan tegen iemand die al jaren ziek is? Dat God blijkbaar vindt dat ziek zijn beter voor hem is? Dat de pijn, beperkingen of uitputting kennelijk onderdeel zijn van Gods beste plan?

En hoe rijmt dat met Jezus? Hij genas zieken. Blinden konden weer zien, verlamden liepen en zelfs doden werden opgewekt.

Dus als God kan genezen en het beste met ons voorheeft, waarom geneest Hij dan niet iedereen?

Is ziekte dan Gods bedoeling?

Om daar iets over te kunnen zeggen, moeten we eerst verder kijken dan onze eigen ziekte of gezondheid.

De Bijbel begint met een goede schepping. Ziekte en dood krijgen uiteindelijk een plaats in een wereld die gebroken is geraakt. En als de Bijbel ons helemaal aan het einde laat zien waar God met deze wereld naartoe gaat, zijn ziekte, pijn en dood verdwenen.

“Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.” Openbaring 21:4 (NBV21)


Dat is waar het naartoe gaat.

Daarom moeten we voorzichtig zijn met uitspraken als: ‘God heeft een doel met jouw ziekte.’ God kan iets goeds doen in ziekte. Hij kan ons vormen, iets leren of zelfs iets moois laten ontstaan midden in een situatie die we zelf nooit gekozen zouden hebben.

Maar dat maakt de ziekte zelf nog niet goed.

En het geeft ons al helemaal niet het recht om bij iemand anders in te vullen waarom God hem of haar niet geneest.

Soms weten we dat simpelweg niet.

Jezus genas toch?

Jazeker.

De evangeliën staan er vol mee. Jezus raakt zieken aan, geneest mensen die al jaren met hun aandoening leven, laat blinden zien en verlamden lopen. Zijn genezingen laten iets zien van het Koninkrijk van God dat met Hem doorbreekt.

En het stopt niet zodra Jezus naar de hemel gaat. Ook in Handelingen lezen we over mensen die door de bediening van onder anderen Petrus en Paulus genezen worden.

God kan genezen.

Ook nu mogen we Hem daarom voluit om genezing vragen. Maar de komst van Jezus betekende niet dat de gebrokenheid van deze wereld op datzelfde moment volledig verdween. Mensen bleven ziek worden. Mensen bleven lijden. Mensen bleven sterven.

Ook Paulus schrijft daarover:

“ ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn: de verlossing van ons sterfelijk bestaan.” Romeinen 8:23 (NBV21)


We leven tussen wat Jezus al heeft gedaan en wat nog volledig werkelijkheid moet worden.

Zijn genezingen laten ons zien waar Gods Koninkrijk naartoe gaat. Maar we leven nog niet in de wereld van Openbaring 21.

Jezus komt terug.

Tot die tijd leven we nog steeds in een gebroken wereld waarin ziekte, pijn, verdriet en dood bestaan.


Er bestaat geen formule voor genezing

En juist daar gaat het nogal eens mis.

Want als God kan genezen, willen we natuurlijk weten waarom Hij het soms niet doet. En als we daar geen antwoord op hebben, maken we er gemakkelijk zelf één.

Je hebt niet genoeg geloof.

Er zal nog onbeleden zonde zijn.

Je moet iedere dag avondmaal vieren.

Je moet je genezing uitspreken.

Je moet stoppen met zeggen dat je ziek bent.

Je moet je genezing claimen.

Je moet vasten.

Je moet dit gebed bidden, die tekst dagelijks uitspreken, …

Het lastige is dat verschillende dingen uit dit rijtje op zichzelf helemaal niet verkeerd zijn.

De Bijbel spreekt over geloof. Jakobus roept gelovigen op hun zonden te belijden en voor elkaar te bidden. Jezus leert zijn volgelingen over vasten. Hij heeft het avondmaal ingesteld. Gods Woord overdenken en uitspreken is goed. En natuurlijk mogen we om genezing bidden.

Het probleem ontstaat wanneer we er een formule van maken:

Als jij X maar goed genoeg doet, dan zal God Y doen.

Dan wordt geloof een techniek waarmee we proberen een bepaalde uitkomst te krijgen. En wanneer de genezing vervolgens niet komt, weten we meteen bij wie de schuld terechtkomt.

Bij de zieke.

Die heeft blijkbaar niet genoeg geloofd. Niet goed genoeg gebeden. Er zal nog wel ergens zonde zitten. Hij heeft niet genoeg gevast. Niet de juiste woorden uitgesproken. Niet vaak genoeg avondmaal gevierd.

Maar waar geeft de Bijbel ons het recht om dat over iemand te zeggen?


Niet iedere ziekte heeft dezelfde oorzaak. Niet iedere zieke gaat dezelfde weg. En niet iedere niet-genezing heeft een verklaring die wij kunnen achterhalen.

Stel je voor dat je bij een dokter komt die iedereen met hoofdpijn precies hetzelfde voorschrijft.

De eerste patiënt heeft hoofdpijn door slaaptekort. De tweede door migraine. De derde heeft een bril nodig. De vierde drinkt nauwelijks water en bij de vijfde blijkt iets ernstigs aan de hand te zijn.

En de dokter zegt tegen alle vijf hetzelfde:

Neem dit pilletje. Dan gaat het over.

We zouden denken dat die dokter niet goed bij zijn hoofd is.


Maar van God proberen we soms precies zo’n dokter te maken. Ziek? Doe dit. Geloof dat. Bid zo. En dan volgt genezing. Maar God is geen formule. Hij is een persoonlijke God.

Tien mensen kunnen met ogenschijnlijk hetzelfde probleem bij Hem komen en toch kan de weg voor ieder van hen anders zijn. Wij zien een klacht. God kent de hele mens.

En wij kunnen in het hier en nu lang niet altijd weten waarom zijn weg met de één anders is dan met de ander.

Naäman had het al bedacht

Maar daarmee zijn we er nog niet.

Want het is gemakkelijk om alle verkeerde uitspraken van anderen onderuit te halen. De vraag is ook: luisteren we zelf eigenlijk wel?

Naäman is daar een prachtig voorbeeld van.

Hij heeft een huidziekte en hoort dat de profeet Elisa hem misschien kan genezen. Hij reist naar hem toe en krijgt vervolgens een nogal eenvoudige opdracht: hij moet zich zeven keer onderdompelen in de Jordaan.

Naäman wordt woedend.

Want dit was niet hoe hij het zich had voorgesteld.

Hij zegt:

“‘Ik had gedacht dat hij zelf naar buiten zou komen,’ zei hij. ‘En dat hij de naam van de HEER, zijn God, zou aanroepen en met zijn hand over de aangetaste plek zou strijken, en zo de ziekte zou wegnemen. ” 2 Koningen 5:11 (NBV21)


Naäman heeft zijn eigen genezingsdienst al uitgeschreven. Hij weet hoe God het volgens hem moet doen.

En God zegt feitelijk:
Jordaan. Zeven keer.

Naäman wordt boos omdat Gods antwoord niet overeenkomt met de oplossing die hij zelf al had bedacht.

En dat verhaal stelt ook aan ons een ongemakkelijke vraag.

Vraag ik God om genezing, of vraag ik Hem vooral om mijn lichaam zo snel mogelijk te herstellen zodat ik op dezelfde manier verder kan?

En:

Sta ik ook open voor een antwoord dat iets van míj vraagt?

Misschien bid ik om nieuwe energie terwijl mijn lichaam al maanden duidelijk maakt dat ik rust nodig heb. Misschien vraag ik God een gevolg weg te nemen terwijl Hij mij al lang laat zien dat er iets moet veranderen. Misschien bid ik om een wonder terwijl er hulp voor mijn neus staat die ik niet wil aannemen.

Het is mogelijk om God om een antwoord te vragen en tegelijkertijd alleen het antwoord te willen accepteren dat we zelf al hadden bedacht.

Naäman moest zijn eigen voorstelling loslaten en luisteren naar wat God hem zei.

En wij? Luisteren wij ook?

Of blijven we bidden om het antwoord dat we zelf al hebben bedacht?


Maak daar alsjeblieft niet de volgende formule van

Want voor we het weten, maken we ook hiervan weer een systeem.

Zie je wel? Je bent nog ziek omdat je niet goed genoeg naar God hebt geluisterd.

Nee.

Dan hebben we alleen ‘geloof genoeg’ vervangen door ‘luister goed genoeg’.

En zitten we weer precies waar we begonnen.

Misschien heb je gebeden. Geluisterd. Rust genomen. Hulp aangenomen. Je laten behandelen. Veranderd wat je moest veranderen. Misschien heb je alles gedaan waarvan je oprecht dacht dat God het van je vroeg.

En ben je nog steeds ziek.

Dan hoeven wij daar niet alsnog een geestelijke verklaring voor te verzinnen.

Niet genezen is geen bewijs van te weinig geloof, onvoldoende gehoorzaamheid of iets wat jij blijkbaar nog niet goed hebt gedaan.

Soms weten we simpelweg niet waarom genezing uitblijft.


We willen controle

Dat vinden we moeilijk, want een formule geeft grip.

Als ik weet dat ik A moet doen zodat God B doet, weet ik tenminste waar ik aan toe ben. Zelfs de gedachte dat ik meer moet geloven geeft nog een bepaalde vorm van controle. Dan kan ik tenminste iets doen om ervoor te zorgen dat God mij geneest.

Maar God laat Zich niet bedienen met de juiste combinatie van geloof, gebed, vasten, avondmaal, belijdenis en Bijbelteksten.

God is geen automaat.

Geloven is geen manier om controle over Hem te krijgen. Het is juist vertrouwen op Hem wanneer we die controle níét hebben.

We mogen vragen en we mogen groot vragen. We mogen luisteren en handelen naar wat Hij ons laat zien. We mogen gebruikmaken van artsen, medicijnen en andere wegen waarlangs herstel kan komen én we mogen God vragen om iets wat medisch gezien onmogelijk lijkt.

Maar we kunnen Hem niet dwingen om onze gekozen uitkomst werkelijkheid te maken.

Juist wanneer we niet begrijpen wat Hij doet, wordt vertrouwen moeilijk. En juist dan wordt vertrouwen werkelijk vertrouwen.


Genezing is niet het einddoel

Er is nog iets wat gemakkelijk uit beeld raakt wanneer we over genezing praten.

Zelfs wanneer God iemand vandaag volledig geneest, is dat niet het einde van het verhaal.

Lazarus werd uit de dood opgewekt. En Lazarus is later opnieuw gestorven.

De mensen die Jezus genas, werden uiteindelijk oud of ziek en stierven. Ook iedere wonderbaarlijke genezing die vandaag plaatsvindt, verandert niets aan het feit dat ons huidige lichaam sterfelijk is.

Dat maakt genezing niet minder bijzonder, maar het laat wel zien dat lichamelijke genezing nooit het uiteindelijke doel van het evangelie is geweest.

God heeft ons iets veel groters beloofd dan een lichaam dat in dit leven nooit meer ziek wordt.

Eeuwig leven.

Paulus schrijft over een lichaam dat vergankelijk wordt gezaaid en onvergankelijk wordt opgewekt. En Openbaring laat ons uiteindelijk een werkelijkheid zien waarin de dood zelf verdwenen is.

Daar hoeven we niet meer te vragen om genezing.

Niet omdat we geleerd hebben om met ziekte te leven, maar omdat er geen ziekte meer is.


En als God niet geneest?

Dan mogen we verdrietig zijn en vragen waarom. We hoeven niet te doen alsof ziekte ineens iets moois is omdat God haar niet heeft weggenomen. En we hoeven ook niet eindeloos in onszelf te zoeken naar het ontbrekende stukje geloof, de onbeleden zonde, het verkeerde gebed of de geestelijke sleutel die we blijkbaar gemist hebben.

Soms weten we niet waarom God niet geneest. Dat is geen mooi afgerond antwoord, maar we hoeven ook niet te proberen een antwoord te geven dat God Zelf ons niet heeft gegeven.

Wat we wél weten, is waar het verhaal eindigt.

We mogen nu voluit om genezing vragen. We mogen het onmogelijke vragen en geloven dat God kan ingrijpen. We mogen luisteren wanneer Hij een andere weg naar herstel wijst. En wanneer genezing uitblijft, is onze hoop niet verdwenen.

Want uiteindelijk heeft God ons iets groters beloofd dan nooit meer ziek worden in dit leven.

Hij heeft ons eeuwig leven beloofd.

Een leven waarin niemand ooit nog hoeft te bidden om genezing.

 

✧

 

Niet ieder gebed om genezing
eindigt met genezing.

Maar Gods kinderen wacht een eeuwigheid
waarin genezing nooit meer nodig is.

 

✧

 
 

✧ Nog Meer Lezen ✧

✧ Blog Series ✧

✧ Even Iets Anders ✧

Wil je meer dan alleen lezen?

Op de hoofdpagina’s Rust, Ruimte en Relatie vind je cursussen, gebeden en inspiratie.