Op een terras met Amos

E indelijk ontmoet ik hem dan. Niet op een stoffig marktplein in Tekoa, waar hij vandaan kwam, maar gewoon op een terras in Jeruzalem, vlak bij de Klaagmuur. Hij heeft een leren tas bij zich en zijn handen verraden dat hij eerder gewend is aan werk op het land dan aan een gesprek in de stad. Amos. Geen beroepsprofeet, maar herder. En toch een van de scherpste stemmen die ooit namens God gesproken heeft.

Hij kijkt me aan alsof hij recht door me heen ziet. Niet onvriendelijk, maar helder. Alsof hij niet gekomen is om te praten, maar om iets duidelijk te maken. We bestellen thee met munt, hij zonder suiker. Ik probeer hem een beetje te leren kennen, maar daar wimpelt hij snel overheen. “Het gaat niet om mij,” zegt hij. “Ik was gewoon iemand die schapen hoedde. Maar God zei: ga, en vertel de mensen wat Ik wil dat ze moeten horen. Dus dat deed ik.”

Door de stad

De rest van de dag loop ik met hem mee door de stad. Hij wijst me dingen aan, maar wat hij vooral doet, is spreken. Niet in lange preken, maar in rake zinnen. Duidelijk. Onverhuld.

Op een gegeven moment, terwijl we langs de oude stadsmuur lopen, blijft hij even stilstaan.
“Weet je wat mijn opdracht was? Niet om mensen te troosten. Niet om mooie woorden te brengen. Ik moest hen waarschuwen.”

“Dat God hun offers niet meer wilde zien. Dat hun liederen Hem tegenstonden. Omdat ze geen recht deden. Geen eerlijkheid. Geen trouw. En dat als ze zo doorgingen, er oordeel zou komen. Dat was mijn taak: waarschuwen. Schudden. De ogen openen voordat het te laat was.”

Hij zweeg even. “En tegelijk,” voegt hij eraan toe, “moest ik hen ook zeggen dat er altijd een weg terug is. Dat God zegt: zoek Mij, en leef. Maar ze wilden niet luisteren. Ze wilden hun eigen vorm van geloof. Veilig, comfortabel. Geen God die hen confronteerde.”

Oordeel en hoop

We lopen verder. Hij heeft het over mensen die God aanbidden met liederen en feesten, maar intussen anderen vertrappen. Over huizen van ivoor, gebouwd op oneerlijk verdiend geld. Over arme mensen die in de kou staan terwijl de rijken zich koesteren in hun zegeningen.

“Ze denken dat ze veilig zijn. Dat alles goed zit omdat ze bij God horen. Maar ze vergeten dat God recht wil. Geen religieuze show.”

Vandaag

We lopen langs een druk winkelstraatje waar toeristen af en aan lopen. Ik vraag me af wat Amos hier zou zeggen als hij vandaag op de stoep zou gaan staan. Hij leest mijn gedachten. “Dingen zijn niet zoveel anders dan toen,” zegt hij. “Ze heten nu anders, de mensen dragen andere kleren, maar het hart is nog vaak hetzelfde. Onrecht, zelfgenoegzaamheid, religie zonder liefde het zit er allemaal nog.”

Toch is hij geen zwartkijker. Achter zijn strenge woorden zit hoop. Hij praat over hoe God op een dag alles zal herstellen. Over een toekomst waarin mensen kunnen wonen in vrede, planten, oogsten, leven. Maar, zegt hij erbij, dat is geen goedkope belofte. Er moet eerst iets veranderen. Er moet recht komen. Eerlijkheid. Berouw. Niet omdat God mensen wil afstraffen, maar omdat je anders niet kunt leven in wat echt goed is.

Zoek God en Leef

Aan het eind van de middag zitten we opnieuw op een bankje. Hij kijkt naar de mensen om ons heen. “Als ik iets zou mogen zeggen,” zegt hij zacht, “dan is het dit: zoek God. Niet de verpakking, niet het gevoel, maar Hemzelf. En als je Hem vindt, dan zul je leven.”

Even later, terwijl hij wegloopt, zijn leren tas losjes over zijn schouder, het hoofd licht gebogen hoor ik nog één zin nagalmen in mijn gedachten. Een zin die alles samenvat wat hij vandaag zei:

“Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek.” Amos 5:24

✧ Serie: Een Portret ✧

✧ Andere Series ✧

✧ Nog Meer Lezen ✧

✧ Even Iets Anders ✧

Wil je meer dan alleen lezen?

Op de hoofdpagina’s Rust, Ruimte en Relatie vind je cursussen, gebeden en inspiratie.