De nacht dat Rachab koos

Het is nacht in Jericho. De poorten van de stad zijn dicht. Wachters lopen over de muur. Af en toe hoor je stemmen. Niemand slaapt echt.

Ik zit in een kamer die in de stadsmuur is gebouwd. Boven ons, op het dak, liggen twee verspieders van het volk van Israël. Verstopt onder het vlas, wat daar ligt te drogen. Als ze worden gevonden, sterft Rachab. Dat weet zij ook.

Ze zijn al bij je deur geweest. Als ze terugkomen en gaan zoeken…

Ja, zegt ze, dan is het klaar.

Ze zegt het rustig, maar haar ogen gaan steeds naar de deur.

Ik hoorde ze mijn naam noemen beneden. Ze vertrouwen me niet. Dat deden ze nooit echt.
Als ze besluiten het dak te controleren, kan ik niets meer doen.

 

Waarom heb je dit gedaan? Je had kunnen zeggen dat je niets wist.

Omdat ik al wist dat deze stad het niet gaat redden. We horen hier veel. Handelaren vertellen dingen. Soldaten ook. Iedereen heeft het over jullie. Over de zee die open ging. Over koningen die zijn verslagen.
Mensen doen alsof het verhalen zijn. Maar je merkt aan alles dat ze bang zijn. Ik dacht: als die God echt zo machtig is… dan helpen deze muren ons niet.



Bang zijn is iets anders dan geloven.

Dat klopt. Maar ik kon twee dingen doen. Doen alsof ik niets had gehoord. Of erkennen dat dit groter is dan Jericho. Ik heb mijn hele leven op de rand van deze stad gewoond. In de muur. Niet echt binnen, niet echt buiten. Misschien zie je dan sneller wanneer iets gaat verschuiven.

Heb je niet het gevoel dat je je volk verraadt. Je stad?

Rachab denkt even na.

Mijn volk? Mijn stad? Hier in Jericho heb ik nooit het gevoel gehad dat ik thuis was, er bij hoorde. Ik woon hier omdat het handig is voor anderen. Als er oorlog komt, redt niemand mij. Ik kies niet tegen mensen die mij beschermen. Ik kies tegen stenen waar iedereen op vertrouwt.

En ik kies voor mijn familie. Mijn vader is oud. Mijn moeder kan nergens heen. Mijn broers geloven dat de muren sterk genoeg zijn. Als ik niets doe, sterven ze. Als ik wel iets doe, is er een kans.



Ben je bang?

Ja. Ze kijkt me recht aan. Ik ben bang dat ze terugkomen. Bang dat die mannen boven geluid maken. Bang dat ik mijn familie in gevaar heb gebracht. Maar ik ben nog banger om niets te doen. Als deze God werkelijk God is… dan wil ik niet blijven doen alsof dat niet zo is. Dan moet ik een keuze maken.

Dat rode koord dat je straks moet ophangen: vertrouw je daarop?

Ik heb hun leven gered. Zij zwoeren dat mijn familie gespaard wordt. Dat koord is alles wat ik heb. Ik hang het op. En dan wacht ik.


Er klinkt geschuifel op de muur.
We stoppen met praten.

Ik ga zachtjes weg, doe de deur achter me dicht en laat haar alleen met al haar angsten en twijfels, maar wetende dat het voor haar en haar familie goed af zal lopen.


Wat zij niet wist

Die nacht wist Rachab niet hoe het zou aflopen.

Ze wist niet dat de mannen veilig zouden ontkomen.
Niet dat het volk dagenlang om de stad zou trekken.
Niet dat de muren echt zouden instorten.

Ze wist alleen dat ze had gekozen.

Ze verzamelde haar familie in haar huis.
Ze hing een koord uit het raam.
En ze bleef binnen.

Toen de muren vielen, bleef haar huis staan.

Meer dan Gespaard

Daarna begon iets wat zij niet had kunnen bedenken.

Ze bleef niet “de vrouw uit Jericho”.
Ze ging wonen tussen Israël.
Ze kreeg een plaats in hun geschiedenis.

En ergens, generaties later, wordt haar naam genoemd in het geslachtsregister van Jezus.
Niet als voetnoot.
Maar gewoon, tussen andere namen.

Wat begon als een keuze in het donker, werd onderdeel van een groter verhaal.

Ze handelde naar wat ze had gehoord.
In geloof in een voor haar onbekende God.
Ze hing een koord uit haar raam.

De rest deed God.

(Het Bijbelverhaal over Rachab lees je in Jozua 2 en 6. Haar naam verschijnt opnieuw in Matteüs 1:5)

✧ Serie: Een Portret ✧

✧ Andere Series ✧

✧ Nog Meer Lezen ✧

✧ Even Iets Anders ✧

Wil je meer dan alleen lezen?

Op de hoofdpagina’s Rust, Ruimte en Relatie vind je cursussen, gebeden en inspiratie.