Bidden,
Geloven,
Ontvangen.
“Daarom zeg Ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen.” Marcus 11:24 (NBV21)
Het staat er nogal duidelijk.
Bid. Geloof dat je het al ontvangen hebt. En je zult het krijgen.
Maar betekent dit dan dat we alles kunnen krijgen waar we om vragen, zolang we er maar echt in geloven? Dat er eigenlijk geen grens zit aan wat we van God kunnen ontvangen, als ons geloof maar groot genoeg is? En wat betekent dat dan wanneer we iets níét krijgen? Hebben we dan niet genoeg geloof? Bleef de genezing uit omdat we twijfelden, of die deur gesloten omdat ons geloof niet groot genoeg was?
Als dat is wat Jezus bedoelt, komt er behoorlijk wat gewicht op onze schouders te liggen. Want dan hangt de uitkomst van ons gebed uiteindelijk af van hoe goed wij erin slagen om te geloven.
Maar is dat werkelijk wat Jezus hier zegt?
Heb geloof in God
Het is verleidelijk om direct bij vers 24 te beginnen. Maar twee zinnen eerder zegt Jezus iets wat gemakkelijk ondersneeuwt:
“Heb geloof in God.” Marcus 11:22 (NBV21)
‘Heb geloof in God.’
Dat is het vertrekpunt. Jezus zegt niet dat we ons vertrouwen moeten stellen in ons gebed, in de oplossing die wij zelf voor ogen hebben of in ons eigen vermogen om zonder twijfel te geloven. Hij zegt heel eenvoudig: ‘Heb geloof in God.’
Vanuit dat geloof mogen we vervolgens bidden en vragen. Maar wat betekent het eigenlijk om geloof in God te hebben?
Geloven in God is meer dan geloven dat Hij bestaat. Als we zeggen dat we echt in Hem geloven, geloven we ook wat Hij over Zichzelf zegt. Dat Hij ons kent, ons liefheeft en goed voor ons is. Dat zijn wijsheid groter is dan die van ons en dat Hij dingen kan overzien die wij niet kunnen overzien.
Geloof in God heeft daarom alles te maken met vertrouwen. Vertrouwen dat Hij werkelijk is wie Hij zegt dat Hij is. Dat Hij van ons houdt en het beste met ons voorheeft. En ook dat Hij beter weet wat uiteindelijk goed voor ons is dan wij.
Geen grenzen aan wat je mag vragen
Jezus gaat na ‘Heb geloof in God’ verder met:
“Ik verzeker jullie: als iemand tegen die berg zegt: “Kom van je plaats en stort je in zee,” en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren.” Marcus 11:23 (NBV21)
Jezus gebruikt hier een voorbeeld dat menselijk gezien onmogelijk is: een berg die van zijn plaats komt en in zee stort.
En dat zegt iets belangrijks over hoe we mogen bidden. Als ons geloof in God ligt, hoeven we onze gebeden niet te beperken tot wat wij zelf nog haalbaar of waarschijnlijk vinden. We mogen groot vragen. We mogen Hem ook dingen voorleggen waarvan wij geen idee hebben hoe ze ooit mogelijk zouden moeten worden.
Jezus begint met ‘Heb geloof in God’, laat vervolgens zien dat zelfs het onmogelijke geen grens hoeft te zijn voor wat we Hem durven vragen en zegt dan:
“Daarom zeg Ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen.” Marcus 11:24 (NBV21)
We mogen dus alles aan God vragen. Ook het grote. Ook het onwaarschijnlijke. Ook datgene waarvoor wij zelf geen enkele oplossing zien.
Alles vragen, is alles krijgen?
Als we vers 24 gewoon lezen zoals het er staat, lijkt het antwoord eigenlijk heel eenvoudig: ja. Jezus zegt immers niet alleen dat we alles mogen vragen. Hij voegt eraan toe dat we moeten geloven dat we het al ontvangen hebben en dat we het dan zullen krijgen.
Daar zit weinig voorzichtigs aan. Jezus verbindt het vragen, geloven en ontvangen heel direct met elkaar.
Het doet bijna denken aan iets wat we tegenwoordig vaak horen: je moet het voor je zien, erin geloven, het uitspreken alsof het al werkelijkheid is. Manifesteren. Als je maar sterk genoeg gelooft in de gewenste uitkomst, zou die werkelijkheid kunnen worden.
Maar als we Marcus 11:24 zo lezen, dan wordt geloof bijna een techniek. Dan komt het uiteindelijk op óns aan. Wij bepalen wat er moet gebeuren, wij moeten ervoor zorgen dat we niet twijfelen en God wordt degene die de gewenste uitkomst werkelijkheid maakt.
Alleen laat Marcus zelf zien dat gebed zo toch niet werkt.
Jullie weten niet wat jullie vragen
Een hoofdstuk eerder komen Jakobus en Johannes bij Jezus met een nogal bijzondere vraag:
“Meester, we willen dat U voor ons doet wat we U vragen.” Marcus 10:35 (NBV21)
Ze willen dat Jezus hun straks, wanneer Hij in zijn heerlijkheid is, de belangrijkste plaatsen geeft: de een rechts van Hem en de ander links.
Maar Jezus antwoordt:
“Jullie weten niet wat je vraagt.” Marcus 10:38 (NBV21)
Dat is interessant naast ‘alles waarom jullie bidden en vragen’. Want blijkbaar kunnen we iets heel concreets vragen en er zelf van overtuigd zijn dat dit is wat we willen, terwijl we helemaal niet goed kunnen overzien wat we eigenlijk vragen.
Ons verlangen maakt een bepaalde uitkomst nog niet tot de beste uitkomst.
En dat brengt ons terug bij het begin: ‘Heb geloof in God.’
Als we werkelijk geloven dat God wijzer is dan wij, dat Hij meer overziet dan wij en dat Hij het beste met ons voorheeft, dan moeten we ook rekening houden met de mogelijkheid dat wij iets aan Hem vragen waarvan Hij weet dat het niet goed voor ons is.
Maar hoe zit het dan met dat andere deel? Jezus zegt toch dat we moeten geloven dat we het ontvangen hebben? Moeten we dan ondanks alles toch overtuigd zijn dat God precies zal doen wat wij vragen?
Ook daarop geeft Jezus Zelf een bijzonder antwoord.
Voor U is alles mogelijk
Een paar hoofdstukken later vinden we Jezus in Getsemane. Hij weet wat Hem te wachten staat en Hij bidt tot zijn Vader:
“Abba, Vader, voor U is alles mogelijk, neem deze beker van Mij weg. Maar laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt.” Marcus 14:36 (NBV21)
Lees die woorden nog eens naast Marcus 11.
Jezus twijfelt geen moment aan wat God kan. ‘Voor U is alles mogelijk.’ Hij maakt zijn eigen verlangen ook niet kleiner. Hij vraagt heel concreet: ‘Neem deze beker van Mij weg.’
En toch zegt Hij daarna: ‘Maar laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt.’
Dat kan onmogelijk een gebrek aan geloof zijn. We kunnen moeilijk zeggen dat Jezus beter had moeten geloven dat Hij zijn verzoek al ontvangen had. Of dat de beker niet aan Hem voorbijging omdat Hij ergens diep vanbinnen toch twijfelde.
Blijkbaar is volledig vertrouwen in God dus niet hetzelfde als volledig overtuigd zijn dat onze gewenste uitkomst zal plaatsvinden.
Jezus laat in Getsemane zien dat die twee naast elkaar kunnen bestaan. Je kunt God zonder enige twijfel vertrouwen, weten dat niets voor Hem onmogelijk is en Hem heel concreet vertellen wat je verlangt, terwijl je de uiteindelijke uitkomst toch aan Hem overlaat.
Geloof dat je het al ontvangen hebt
Daarmee kunnen we ook terug naar die lastige woorden uit vers 24: ‘geloof dat je het al ontvangen hebt.’
Daar zit verwachting in. Jezus leert ons niet om voorzichtig te bidden, zodat we maar niet teleurgesteld raken. Hij leert ons juist te bidden vanuit vertrouwen in een God voor wie zelfs het onmogelijke niet onmogelijk is.
We mogen dus werkelijk vragen om wat we verlangen. We mogen hopen op die open deur, dat herstel, die oplossing die wij zelf niet meer zien. We mogen bidden in het vertrouwen dat God ons hoort en dat ons gebed bij Hem niet in het luchtledige verdwijnt.
Maar onze zekerheid ligt niet in ons vermogen om een bepaalde uitkomst hard genoeg te geloven. Ze ligt in God.
Dat is een wezenlijk verschil.
‘Geloof dat je het al ontvangen hebt’ is dan geen opdracht om jezelf ervan te overtuigen dat jouw oplossing werkelijkheid zal worden. Jezus nodigt ons uit om werkelijk op verhoring te rekenen. Niet omdat wij precies weten hoe die verhoring eruit moet zien, maar omdat we vertrouwen op Degene aan wie we ons gebed toevertrouwen.
Want God hoort niet alleen wat we vragen. Hij weet ook waarom we het vragen. Hij kent het verlangen, de angst, de pijn of de behoefte die achter onze woorden schuilgaat. Wij zien misschien maar één antwoord op dat verlangen, terwijl God veel verder ziet.
Je kunt bidden: ‘God, laat mij die baan krijgen.’ Voor jou is die baan misschien het antwoord. Maar God ziet ook de vraag eronder: Ik heb zekerheid nodig. Ik wil kunnen voorzien. Ik verlang naar een plek waar ik tot mijn recht kom. Als zijn antwoord anders is dan de oplossing die jij voor ogen had, betekent dat niet dat Hij het verlangen achter je gebed niet heeft gehoord.
Wie weet wat het beste voor mij is?
En uiteindelijk komt het daarop neer.
Leg je jouw probleem werkelijk in Gods handen? Of vertel je God hoe Hij jouw probleem moet oplossen?
Jezus laat in Getsemane zien dat we ons verlangen niet hoeven in te slikken. ‘Neem deze beker van Mij weg.’ Maar Hij durft ook de regie uit handen te geven: ‘Niet wat Ik wil, maar wat U wilt.’
Dat vraagt uiteindelijk veel meer vertrouwen.
Niet alleen geloven dat God bestaat. Niet alleen geloven dat Hij alles kan. Maar Hem genoeg vertrouwen om de uitkomst aan Hem over te laten.
Dit is wat ik verlang. U weet dat. Ik geloof dat U het kunt. Maar ik vertrouw U genoeg om te geloven dat U beter weet wat goed is dan ik.
Dat is geloof in God.
✧
God weet beter wat goed voor je is
én Hij heeft het beste met je voor.
Durf je daarop te vertrouwen?
✧
Maar wat als God niet geneest?
Hier gaat deze boodschap schuren.
Bij sommige gebeden kunnen we achteraf misschien begrijpen waarom een andere weg beter was. Maar wat als iemand ernstig ziek is? Wat als we om genezing bidden en die genezing niet komt?
Kunnen we dan werkelijk zeggen dat niet genezen ‘beter’ was? Wil God niet juist dat mensen gezond zijn? En zegt de Bijbel niet dat we om genezing mogen bidden?
Die vragen zijn te groot voor een snelle laatste alinea.
Daarom bekijken we die in een apart blog:
✧ Nog Meer Lezen ✧
✧ Blog Series ✧
✧ Even Iets Anders ✧
Wil je meer dan alleen lezen?
Op de hoofdpagina’s Rust, Ruimte en Relatie vind je cursussen, gebeden en inspiratie.











